Villa Merise, Costa Aguilera Mar, Salobreña, Costa Tropical

Die mooiste sprokie is in jou drome...

Leuk als je ons wilt volgen! Schrijf je via onderstaande button in voor onze nieuwsberichten en ontvang tevens de logingegevens om gratis ons e-book Lolapaluza te downloaden. 

Pinos del Valle 13-mrt 2021, Reijer Staats

We hebben getekend bij de notaris en de sleutels ontvangen van Casita Klein Zwitserland, ons nieuwe optrekje aan de boomgaarden van Béznar in the Valley of Happiness. Het creatieve proces is begonnen om van deze toch wel bijna geruïneerde casa uit 1932 iets moois te creëren. 

Na de aankoop van dit huis, waarvoor het vooronderzoek en de voorbereiding van de overdracht door de sterke tandem Danielle en Conchi werd gedaan, verzorgt Conchi nu de noodzakelijke afdrachten aan de belasting, het kadaster en de notaris en zet alle nutsvoorzieningen naar ons over. Bij de notaris wordt onze bankcheque ingewisseld voor de begeerde sleutels. De weledelgestrenge heer de notaris weet inmiddels, bij alweer de zesde overdracht, onze namen Johan en Reijer foutloos uit te spreken en is daar zichtbaar trots op. Oefening baart kunst zullen we maar zeggen. De dochter en erfgename van de overleden eigenaar lijkt geraakt en houdt haar handen emotioneel bij het hart. Ze zegt te zijn opgegroeid in de casa en voegt toe dat als we ooit wat willen weten over de geschiedenis, dat we het haar maar moeten laten weten. Ik krijg er een brok van in mijn keel. Van Conchi krijgen we, het wordt inmiddels een traditie, een paper bag met mooie grote gladde avocado's van haar finca in Orgiva in la Alpujarra. Buiten bij de notaris zetten we onszelf nog even op de foto om het nieuwtje wereldkundig te maken op social media.

We laten er geen gras over groeien. Enigszins schrik ik van de staat van het huis wanneer we er, voor mij is het pas de tweede keer, de voordeur openen en er doorheen lopen. Maar met de offerte van aannemer Pablo op zak weet ik dat het goed gaat komen. De architect rondt, na enkele keren met aanpassingen op en neer te zijn gegaan, de tekeningen met onze nieuwe indeling af. Er wordt alvast met spoed een subsidieaanvraag ingediend bij de Ayuntamiento van de gemeente Lecrín, want voor duurzame verbouwingen en renovaties is er een kleine pot geld beschikbaar, mits voor 2 maart ingediend. Op de valreep dus. We blijven natuurlijk wel Nederlanders en een klein financieel voordeeltje kunnen we dan ook niet laten lopen.

Aan ons nu de vermakelijke taak om materialen voor de verbouwing te selecteren. Waar we bij een eerder en afgesteld plan, dat in ons blog terloops is voorbijgekomen, nog voor strak, robuust en grijstinten gingen, merk ik dit keer blijer te worden van traditioneel, etnisch en meer “eigen” voor de regio Granada. Ik breng het voorzichtig in bij Johan, maar Johan - soms is het even aftasten bij hem - gaat helemaal mee in het idee en vindt een authentieke look & feel ook beter bij de bijna 100 jaar oude casita passen. Maar hij zegt wel stellig: “Ik wil absoluut geen rode terracotta!” Bij de plaatselijke tegelboer aangekomen om alvast de traditionele azulejos uit te kiezen, zeg ik tegen de señorita: “Por el suelo, interior y por el patio y terazza nos gustan los azulejos traditional. Un poco terracotta, ..." Johan direct, niet geremd en luid: “Wat heb ik nou gezegd, ik wil geen terracotta Reijer!!" Echt weer te gênant zo midden in de winkel. Ik kon mijn zin niet eens afmaken. Bitchy zeg ik tegen Johan dat hij me gewoon even uit moet laten praten. Deze scene zou niet misstaan in een aflevering van ‘Ik vertrek’…. Ik vervolg in mijn beste Spaans: "Un poco terracota, un poco gris y un poco amarillo." Een traditionele terracotta-, grijs- en geel-kleurige vloertegel dus en geen standaard bloempotkleur terracota. Dat vinden we wel stoer! Voor de keuken, badkamer, binnenkant openhaard en de stootranden van de trap vinden we hele passende vintage Marokkaanse tegels met symmetrische vormen. Zo halen we het Alhambra een beetje naar Béznar...

Het uitzicht op de besneeuwde Johan Pastoor en Reijer Staats wijzend naar de Pico de Caballo vanuit Restábal

Onze lieve heer heeft rare kostgangers.

Waar ik in het vorige blog nog schreef dat Teresa, onze buurvrouw uit Salobreña, ooit de angst had om openbaar te maken waarover ze had geschreven, vanwege het feit dat het een reactie zou kunnen uitlokken van jaloezie of wrok bij anderen, kreeg ikzelf in het blog dat je nu leest juist zin om de confrontatie in mijn epistels op te zoeken. Hele lappen tekst heb ik op papier gezet over een stel dat een tijdje niet legaal stond ingeschreven in één van onze casa's, praatjes rondbazuinde en schijnheilig ons internet bleef gebruiken én over een halve gare die het nodig vond mij, maar vooral zichzelf, in het openbaar belachelijk te maken op social media. Ik schrijf het lekker van me af, voel me opgelucht en lees het aan Johan voor. Johan reageert: “Nee, dat zou ik nu juist niet in je blog schrijven. Er zijn nu eenmaal vreemde mensen, sta er gewoon boven. Misschien kan je er over een aantal jaar iets over schrijven.” Natuurlijk heeft Johan weer gelijk. Ik laat het er voorlopig bij. We zijn tenslotte zelf al merkwaardig genoeg.

Na twee uur in de winkel van de azulejos loopt het tegen tweeën en worden we vriendelijk doch duidelijk waarneembaar de winkel uitgekeken want het is tegen lunchtijd. De jeugdige señorita wordt inmiddels bijgestaan door een ervaren señora, haar madre, want we blijken toch wel lastige klanten. Onze uiteindelijke keuzes worden in de agenda genoteerd en de señora zegt deze aan Pablo door te zullen geven. We rijden op deze stralende zaterdag door naar Alqueria de Los Lentos. Een plek in de Lecrín Vallei, die ons nog het meest doet denken aan een kleinschalige Zuid-Afrikaanse wijnboerderij zoals Blaauwklippen in de mooie Westkaap of het bohemian Mogg’s Country Cookhouse nabij Hermanus. Ook Los Lentos ligt zo prachtig in de heuvels tussen de boomgaarden en het houdt een beetje het midden tussen een oude watermolen uit de 16de eeuw, een kleine boerderij met biologisch geteelde groenten en kruiden, een restaurant met gastenkamers en een wellness. En dit alles omringd door prachtige tuinen: een klein paradijs! Het eten en de wijnkaart is één van de betere van de Lecrín Vallei vinden wij. Ondanks de mooie regionale wijnen op de kaart, kiezen we dit keer toch voor een Priorat en we laven ons aan de voorjaarszon op deze idyllische plek.

Die mooiste sprokie is in jou dromen...

De Lecrín Vallei is echt een mooie locatie om te wonen. Het ritme van de jaargetijden en de levendigheid in de weekenden wanneer men druk aan het werk is in de boomgaarden of aan het toeren, wandelen, wielrennen of aan het watersporten. 

Op mijn dagelijkse ochtendwandelingen rond half acht zie ik hoe de olijfbomen in dit jaargetijde flink worden teruggesnoeid, zodat men in het najaar weer bij alle takken kan om iedere olijf ervan af te harken. De stapels waar het gesnoeide blad en de takken worden verbrand smeulen 's ochtends nog na en de grotere houtblokken liggen al opgestapeld om later ingeladen te worden in een meestal witte klassieke Citroën in de uitvoering bestelauto. Vervolgens wordt het hout thuis gedroogd  zodat er de komende winter volop gestookt kan worden voor het verwarmen van het huis. Ik spreek buurman Salvador aan wanneer hij ook flink met zijn kettingzaag in de weer is. Met een glinstering in zijn ogen zegt hij dat het cultiveren van zijn boomgaard zijn passie is: "Es mi pasión!"

Als we een beetje rozig thuiskomen van de lunch bij Los Lentos, treffen we één van onze buurvrouwen Rita aan, die haar stukje straat staat schoon te vegen. In gebroken Nederlands spreekt ze ons aan… dat we maar weer eens snel naar het stuk campo van haar en haar marido Pepe moeten gaan om sinaasappels te plukken. Of om te "pikken" zoals zij het altijd zo charmant zegt: "En als iemand jullie vraagt wat doe jij daar? Dan moet je gewoon zeggen dat je er van mij en Pepe van mag pikken!” Johan bakt nog even snel een amandeltaart naar het traditionele recept van Santiago de Compostella en ik overhandig deze op het einde van de middag bij de voordeur van Juan Antonio voor de zondagmiddag dis van de familie Martín. Ik vraag of Juan Antonio ook druk aan het snoeien is, maar hij geeft aan dat die zware klus vorig jaar gelukkig al is geklaard en dat het misschien pas komend jaar, maar nog waarschijnlijker pas het jaar erna weer nodig is. Of wijzelf nog wat hout nodig hadden misschien? Maar dat is niet nodig. Ik zeg tegen Juan Antonio dat hij niet stiekem al van de taart mag snoepen: “Mañana mucho más delicioso!” Zondag appt Josefina de foto’s  van een driekwart verorberde taart en op maandag brengt ze de lege taartvorm terug. Niet leeg trouwens, maar volledig  gevuld met een tiental stuks avocado's. Zo eten we de laatste dagen avocado’s in allerlei variaties, uit kookboeken of zelf bedacht. Bijvoorbeeld op een stuk brood met pindakaas en sambal of als een gelaagde tartaar met mango, chilivlokken en een goede buffelmozzarella. Mmm…

De mooiste sprookjes komen voor in je dromen en alles wat mooi lijkt, blijkt in de werkelijkheid niet altijd zo te zijn. Vijf dagen per week open ik namelijk trouw m'n werklaptop, terwijl ik er ondertussen geromantiseerd van droom om een actief deel uit te maken van het ritme van de Andalusische seizoenen. Ik stel mezelf voor hoe ik één van de buurmannen Juan Antonio, Salvador of Pepe benader met de vraag of ik bij hen in de leer kan om het vak van campesino (boertje) te leren. En zo kom ik alles te weten over de lokale agrarische kalender: wanneer de boomgaard te bevloeien, hoe het werkt met de waterrechten en wanneer en hoe de acéquias, de open irrigatiekanalen die in en rond de dorpen stromen, handmatig te openen en te sluiten. Hoe zit het eigenlijk met de bemesting, het snoeien en de onkruidbestrijding? Wanneer oogst men en met welke hulpmiddelen en attributen? Wat te doen met de oogst die men zelf niet consumeert? Ik leer waar ik onze citroenen en sinaasappels naar toe kan brengen. Eindelijk weet ik hoe van mijn eigen druiven een lekker slobberwijntje te maken. Ik zie met eigen ogen hoe het er bij de lokale coöperatie en olijffabriek Orovalle aan toe gaat en wat ik daar voor onze oogst olijven krijg. Ik ben nu al nerveus... 

De mannen leren me perfect Spaans spreken met een Andalusische tongval en langzaam maar zeker verword ik tot een soort Spaanse Ilja Gort: strohoedje op m’n  kop, een grasprietje in mijn mondhoek en zwarte aarde onder mijn nagels maar wel zonder rode boeren zakdoek uit mijn kontzak. Onze Citoëniesta Johan speurt het internet af voor die ene vintage Citroën bestelwagen, bij voorkeur een C15, de landbouwversie op het onderstel van de Citroën Visa, die iedere gerespecteerde traditionele Andalusische campesino, die leeft en werkt op het land, eigenlijk zou moeten hebben. Of gaan we toch vreemd met een Renault Express?

De nieuwe vibe in Pinos del Valle wordt steeds zichtbaarder. Enkele bouwvallen worden prachtig gerenoveerd en de gemeente verbaast ons door, in en rond de pueblo, bewegwijzering naar de favoriete wandelroutes aan te brengen. De landelijke wandelroutes tussen de sinaasappel-, olijf- en citroenbomen zijn nu dan ook eindelijk te volgen zonder te verdwalen! In ons dorp is de natuur bij elke stap aanwezig. Maar de gedreven burgemeester van onze pueblo heeft nog grotere ambities lezen we in de lokale krant, want hij heeft financiële hulp bij de regionale overheden gevraagd voor het verwerven en restaureren van la Casa del Coronel, het huis van de kolonel, één van de meest markante oude herenhuizen in het dorp.

Villa Merise, Salobreña, met het zwembadproject halverwege

Het onbewoonde en eeuwenoude statige pand, ligt bij ons om de hoek naast de wasplaats en het theater van het benedendorp en het komt er steeds minder sjiek bij te liggen. Volgens de burgemeester zou het na een restauratie prima dienst kunnen doen als stadhuis, cultuurhuis, museum of bibliotheek. De araucaria, de enorme pijnboom, die naast la Casa de Coronel staat is een wereld op zich, vol met leven en vogelgeluiden. Als ik er een minuut of tien onder sta raak ik helemaal zen. Vroeger was deze boom volgens Pepe hoger dan de kerktoren. Maar sinds een blikseminslag, zo’n halve eeuw geleden, staat de boom er ontkroond nogal gehavend bij. Ooit behoorde het huis toe aan kolonel Rodas, de naamgever van de Calle Simón de Rodas, wiens familie het liet bouwen nabij de oude koninklijke weg. 

Het zou mooi zijn als dit markante huis van de kolonel weer in ere wordt hersteld en een sociale en culturele functie krijgt binnen Pinos. Wij juichen het initiatief in ieder geval toe en het past ook goed bij de andere positieve ontwikkelingen die zichtbaar zijn in de vallei. 

Van de kolonel naar de sheriff en van de sheriff naar The Good, the Bad and the Ugly. Iedereen weet waarschijnlijk wel dat deze Spaghetti Western geschoten werd in de Spaanse woestijn rond Tabernas en in het prachtige natuurpark van Cabo de Gata in ons eigen Andalusië. Teresa staat voor de deur van Villa Merise met een bos zelf geplukte witte fresia's en een verrukkelijke Marokkaanse pastille met kip. Ik heb haar uitgenodigd om verder te praten over het idee dat ik misschien wel de schrijver van haar boek zou moeten worden. Een idee waarvan ik merk dat we er in de afgelopen weken allebei steeds enthousiaster over zijn geworden. Ons huis is helemaal aan kant en Teresa ziet er prachtig uit. Dit is duidelijk niet zomaar een bezoekje, maar een soort flirt, een wederzijdse bevestiging dat we deze gezamenlijke uitdaging aangaan en er super veel zin in hebben!

Al snel introduceert Teresa haar grootvader. Een bijzonder lelijke, kleine, dikke man met één wit oog, en iemand die slechts zelden van zijn paard kwam, altijd een sigaar in zijn rechter mondhoek had en een sombrero op zijn bolle kale kop droeg. Mensen kenden hem alleen zittend op de rug van het paard en vandaaruit op hen neerkijkend. Van deze grootvader hield je niet, maar hij dwong respect af en zijn kinderen adoreerden hem. Schatrijk was hij en ik beeld me in hoe hij met grote snelheid galopperend de suikerrietplantages rond Salobreña doorkruiste. We leven ongeveer in de jaren '30, '40 van de twintigste eeuw in de beginjaren van Franco. "Hij was een masculinist", zeg Teresa: "het tegenovergestelde van een feminist". Vanwege zijn rijkdom was de grootvader van Teresa erg populair onder de dames en als een soort Arabier met een harem hield hij er vier vrouwen op na in Salobreña, Pinos del Valle en in Cordoba en alle vier waren ze bloedmooi!

Op de momenten dat de grootvader het ouderlijk huis van Teresa in Salobreña naderde, hoorde ze al van verre de ijzers aan de hoeven van het paard in een rustig tempo tegen de straatstenen slaan. Haar vader riep dan de kinderen tijdig bij elkaar om in het gareel bij de voordeur te gaan staan om zodoende de eer aan de grootvader te betuigen. In de loop van de tijd werd ook de vader van Teresa een voorname man in het Salobreña van toen. Teresa noemt haar vader zelf een sheriff, iemand die boven de wet stond. Mijn mond valt steeds verder open van verbazing gaande het verhaal van Teresa over haar vader en haar opa.

Wanneer haar opa, ver in de tachtig, aan het einde van zijn leven in Granada in een hospitaal verblijft en haar vader, de sheriff, op zijn regelmatige trips vanuit Salobreña vraagt "wat kan ik voor je meenemen van de kust als ik weer naar boven rijd?" Dan is het antwoord "La Pepita". La Pepita blijkt een 23-jarige schone uit het bordeel van Motríl te zijn. Hierop reageert de sheriff dat hij iets bedoelde om de gezondheid van de grootvader te bevorderen. Maar de lelijke, kleine oude dikke señor met het witte oog houdt stand: "La Pepita! Dit ís mijn gezondheid!" Natuurlijk heeft la Pepita de toen nog drie uur durende trip naar boven gemaakt, naar het hospitaal in Granada en het bed van de grootvader van Teresa. Maar de abuelo maakt het helaas niet lang meer en het idee is dan geboren om hem zijn laatste rustplaats te schenken op zijn geboortegrond in Salobreña. Maar het verbod in die tijd om de doden over de gemeentegrenzen te vervoeren, de hoge kosten om dit verbod te omzeilen en de aanwezige controles bij alle gemeentegrenzen leiden tot een creatieve oplossing en het volgende besluit van de sheriff: de grootvader wordt door de instanties weer tot leven verklaard. Rechtop gezeten, met die eeuwige sombrero op zijn lelijke hoofd en met twee tantes aan weerszijden van zijn dode lichaam wordt de drie uur durende reis naar beneden ingezet met de sheriff zelf aan het stuur. Vanuit de erachter rijdende auto aanschouwt Teresa als jonge vrouw hoe het dode lichaam van haar grootvader op de achterbank in de vele bochten onderweg naar links en naar rechts beweegt, ondanks dat de tantes de nodige moeite doen hem zoveel mogelijk op zijn plaats te houden en hem te behoeden niet van de achterbank onder de voorstoelen te laten glijden.

Je kunt het je voorstellen hoeveel meer zin ik nu heb om het levensverhaal van Teresa op papier te zetten en om meer tijd met haar door te brengen. Eerst rijden we echter terug naar boven richting Pinos del Valle, waar we een druk en gezellig weekend tegemoet zien om de verjaardag van Johan vieren.

Zonnige groet uit Pinos del Valle!

Johan & Reijer